Ijsvormingsproces

VORMING VAN IJS IS EEN COMPLEX PROCES

Wanneer een vorstperiode wordt aangekondigd gaan de harten van schaats- en winterliefhebbers sneller kloppen. Het is echter goed om te weten dat de vorming van ijs een complex proces is en afhankelijk zal zijn van verschillende factoren. Zo is onder meer de diepte van water en de stroming bepalend hoe snel water bevriest en speelt de wind ook een grote rol. Bij een stevige wind wordt het water meer gemengd met het warmere water onderop waardoor het minder snel zal dichtvriezen.

Een van de grootste boosdoeners om een fraaie ijsvloer te creëren, is natuurlijk sneeuw. Sneeuw heeft namelijk een isolerende  werking waardoor het ijs eronder minder snel zal aangroeien. Ook een belangrijk aandachtspunt is de luchtvochtigheid. Hoe lager de luchtvochtigheid, des te sneller het ijs aangroeit.  Echter tijdens een vorstperiode komt de wind meestal uit het oosten waardoor de aangevoerde lucht in de regel droog zal zijn. Ook is een onbewolkte lucht enorm belangrijk omdat dan de warmte van de aarde afgevoerd kan worden naar het heelal. Bij hardnekkige bewolking wordt de vorst doorgaans flink getemperd.

Een belemmering voor ijsaangroei wordt ook veroorzaakt door bruggen, bomen en ook beton van bijvoorbeeld een duiker die ‘s nachts de warmte van de zon kan vasthouden. Het is dan ook niet mogelijk om in een tabel aan te geven hoe snel zich een ijsvloer gaat vormen omdat dit samenhangt met de lokale omstandigheden. Toch hebben Herman Wessels en Henk de Bruin van het KNMI in 1982 een ijsaangroeimodel gemaakt dat gebruikt kan worden onder ideale omstandigheden.

Gemiddeld groeit het ijs bij 5 graden vorst 1 cm. Het is zo dat het eerste ijs dan snel wordt gevormd, maar naarmate het ijs dikker wordt gaat dit langzamer. Als je tijdens een vorstperiode van 7 nachten achtereenvolgens de volgende temperaturen meet: -4 | -3 | -4 | -5 | -5 | -4 en -4°C dan tel je de waarden bij elkaar op en krijg je een getal van -29. Als je vervolgens -29 deelt door -5 dan kom je uit op een dikte van 5,8 cm ijs.  Zo zie je dat het tijdens gunstige omstandigheden en lichte vorst nog  7 nachten duurt voordat je op slootjes kan schaatsen. De vereiste ijsdikte voor slootjes bedraagt 6 cm, voor natuurijsbanen 7 cm, toertochten 12 á 13 cm en voor een Elfstedentocht tenminste 15 cm.